Een zeer positief moment in level 1 van het spel was het moment dat het prototype van het klankdrager ontwerp aan anderen getoond moest worden om reacties te krijgen en deze te verwerken in het verfijnen van het prototype.

Vanaf dat ik les geef aan de pop afdeling heb ik constant geprobeerd deze werkhouding te stimuleren.

Zodra iemand een tekst moet laten horen in KTB1 of een schets van een liedje in de Lyric Labs komt altijd maar weer: “Het is nog niet af” of “Het is nog niet goed” zinnetje vaak met een verontschuldigend of benepen toon in de stem gevolgd door mijn “laat nou maar horen” zucht.

Niets van dat alles bij het demonstreren van het ontwerp prototype!

Enthousiast deelden studenten hun werk met leerlingen uit andere studiejaren en de wederzijdse  belangstelling en participatie waren groot.

Waarom, waarom, lukt deze open, enthousiaste speelse houding dus niet als het gaat om songs/composities te demonstreren? Waarom lijkt dat meer aan te voelen als ‘zichzelf voor de leeuwen te gooien’ terwijl het fundamenteel onderdeel is van en creatief proces ongeacht het gekozen medium?

Hopelijk kunnen de studenten deze ervaring en dit inzicht meenemen, voorbij het spel, naar hun eigen beroepsuitoefening.

Ludodidactiek hurray!

IMG_5192