Guest: Marjes Benoist – Head of the Sweelinck Academy for young talent at the conservatoire in Amsterdam.
Musical intermezzo: 28:30
Marjes Benoist plays Schumann Romance op. 28 #2 in F-sharp major.

In this third episode we will further examine competition in art education. Many art students, at some point, seem to ask themselves: should I or shouldn’t I enter an art competition? Music students are not an exception.

Are we as art and music educators actually preparing our students to compete with each other while we claim to focus our education on developing artistic autonomy and creativity? Is competing-comparing not mutual exclusive with autonomy?

 

Todays episode will again be in Dutch dealing with a Dutch situation. I’ll be interviewing Marjes Benoist on the ins and outs, the pro’s and cons of competition in music education.

 

Mijn gast van vandaag is Marjes Benoist. Op haar website staat te lezen:

…Op 15-jarige leeftijd vertrok Marjès naar Amsterdam om aan het conservatorium te gaan studeren bij Jan Odé, Jan Wijn en Hans Dercksen. Na haar examen in 1967 (summa cum laude) studeerde ze twee jaar in Rome bij Guido Agosti en twee jaar aan het Tsjaikovsky Conservatorium in Moskou…..(competities?)

Sinds 1991 is ze verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam als hoofddocent piano en docent methodiek. Marjès heeft veelvuldig opgetreden als concertpianist en als soliste met orkest, zowel binnen Nederland als internationaal. Ze heeft talrijke recitals en muziektheater optredens gegeven, lezingen gehouden, en artikelen gepubliceerd in gerenommeerde muziektijdschriften.

Marjès is gespecialiseerd in het lesgeven aan jong talent en vervult al jaren de functie van hoofd van de Sweelinck Academie, de jong talent afdeling van het Conservatorium van Amsterdam. Veel van haar leerlingen hebben prestigieuze concoursen gewonnen en veroveren internationale podia.

 

Een paar leerlingen die Marjès in de afgelopen jaren begeleid heeft en hun artistieke verdiensten zijn

 

– Carter Muller won onder andere de Koninklijke Concertgebouw Orkest prijs voor jong talent in 2013.

 

– Richard Chang won o.a. in 2010 het pianoconcours van de Young Pianist Foundation in de categorie A.

 

– Noa Kleisen. Finaliste e-Piano Junior Competition, School of Music, University of Minnesota.

 

Aidan Mikdad won dit jaar op 14 jarige leeftijd de eerste prijs van de Premio Internazionale Pianistico “A. Scriabin” In 2014, won hij de eerste prijs van the International Piano Competition of Lagny-sur-Marne. En in 2013 won hij op 11 jarige leeftijd de eerste prijs van de Koninklijk Concertgebouw Competition.

Op zijn website staat te lezen: ‘Ik was niet echt serieus. Maar toen ik in de ban raakte van de pianomuziek van Dave Brubeck, vond mijn moeder het tijd worden voor een echte pianoleraar. Ze stuurde een mailtje naar Marjès Benoist…. Ik mocht bij haar voorspelen en toen werd ik haar leerling. Ik heb drie jaar privéles bij haar gehad en daarna deed ik toelatings- examen voor de Jong Talentenklas.

In een uitstekend interview op de blog van Olga de Kort, die ik iedereen die iets over talent begeleiden wilt begrijpen van harte kan aanbevelen staat:

 

Marjès’ specialiteit is het lesgeven en begeleiden van jong talent; kinderen (4-18jr) die een buitengewone aanleg hebben voor het instrument. Dit zijn niet per definitie kinderen die vanaf het begin het beste spelen, vaak gaat er heel wat aan vooraf wil het talent naar boven komen…..

….Marjes zegt daarin: Zonder een goede docent wordt een talent vaak niet eens herkend. Ik hoor vaak zeggen: “Jij hebt makkelijk praten want jij werkt uitsluitend met talenten”. En ik denk op mijn beurt dat er statistisch gezien op muziekscholen waarschijnlijk veel meer talent rondloopt dan ik in mijn leven heb gezien. Mijn leerling Aidan Mikdad zat eerst twee jaar op een muziekschool en werd daar helemaal niet tot de getalenteerden gerekend. Met hem ben ik ongeveer bij niets begonnen, hij moest zelfs nog leren noten lezen.

 

Ik was vanaf het begin docente aan de bachelor- en masteropleidingen en had aanvankelijk heel weinig met jonge leerlingen te maken.

Mijn belangstelling voor het jong talent heb ik vooral aan het Prinses Christina Concours te danken, waar ik ooit als jurylid werd gevraagd. Ik vond het een heel sympathiek concours waar je met deelnemers heel goed kon praten en veel feedback kon geven.

 

Ik mag n.a.v. deze quote dus aannemen dat je positief tegenover muziekwedstrijden staat?….

 

Marjes:…..

 

 

Ik quote nog eens Aiden’s website over het thema meedoen aan een muziekwedstrijd:

Wanneer hij weer aan concoursen gaat meedoen weet hij nog niet precies, want muziek is immers geen wedstrijd: ‘Muziek is niet echt een sport, zoals schaatsen. Je kunt niet precies op de lijn meten wie het beste speelt. Wat het ene jurylid een goede smaak vindt op het gebied van klankkleur of timing, is voor de ander weer niks. Dus het kan zo maar gebeuren dat je niet eens de eerste ronde haalt. Ik probeer mezelf altijd zo goed mogelijk voor te bereiden, zoveel mogelijk van mezelf af te laten hangen en gewoon mijn best te doen. Ik doe het omdat ik het leuk vind en niet om indruk te maken. Het goede aan concoursen is volgens mij dat
je je echt op één programma richt, dat je zelf kan samenstellen. Waarbij je jezelf dwingt om dat net zolang te spelen, totdat het helemaal perfect is. Dat is anders dan bij concerten. Het is veel intensiever en je kunt niet van je programma afwijken. Maar uiteindelijk speel ik op een een concours gewoon net zoals op een concert, want ik wil ook de jury graag laten horen hoe mooi de muziek is.’

Jij was op 16 maart nog prominente jurylid voor het Carla Leurs Concours

Is meedoen aan een muziekwedstrijd in het algemeen volgens jou een goede stap?

Voor mijn onderzoek volgen hier de algemene vragen:

  • Wat is het positieve en negatieve effect van competitie in muziekonderwijs?
  • Welke studenten hebben veel baat bij competitie in muziekonderwijs en welke studenten lijden onder competitie in muziekonderwijs?

 

De persoonlijke vragen:

  • Hoe sta je persoonlijk tegenover competitie in muziekonderwijs?
  • Wat zijn je persoonlijke positieve en negatieve ervaringen met competities in muziekonderwijs?
  • Welke aanpassingen zou je graag implementeren als jij het voor het zeggen had?

 

Als docent:

  • Gebruik je wedstrijdelementen in je eigen lespraktijk? Zo ja welke, waarom?
  • Vergelijk je weleens je studenten onderling? In positieve of negatieve zin? Waarom?
  • Gaan studenten weleens onderling een competitie aan? Hoe reageer jij daarop?
  • Zijn er ‘winners & losers’ in je klas? Zo ja, hoe ga je om met die stigma’s?

 

Muzikaal intermezzo…..

 

Als wedstrijd begeleider

–       Hoe begeleid je een potentiele winnaar naar een wedstrijd toe?

–       Hoe vang je een verliezer van een wedstrijd op?

–       Hoe implementeer je de wedstrijd in de rest van je lesprogramma?

–       Hoe onderscheid je voor je student diverse leerdoelen buiten de wedstrijd om?

 

Als beoordelaar

–       Is er verschil in het gehanteerde beoordelend systeem binnen je beroepspraktijk en die van de muziekwedstrijden? Zo ja, welk verschil is dat?

–       Is een cijfer systeem binnen het onderwijs net zo’n sociaal selectie middel als de classificatie van een wedstrijd?

–       Wat doe je als docent voor je student als je het niet eens bent met een jury?

–       Wat doe je als docent voor je student als jij het wel eens bent met een jury maar de student niet?

Last but not least:

Ik doe een aantal uitspraken en jij antwoord met

eens – beetje eens – beetje oneens – oneens.

 

De maatschappij waardeert wedstrijden als een canon vorming; als een meting van de echte waarde.

 

De kracht van wedstrijden ligt in de stimulans van studenten om hun best te doen.

 

Een hoge score ontvangen voelt goed voor de bandleden en werkt daardoor stimulerend.

 

Wedstrijden zorgen dat het niveau stijgt.

 

Wedstrijden zorgen voor een groter belangstelling voor muziek.

 

Het idee van een muziekwedstrijd slaat zo aan want het brengt het natuurlijke instinct van rivaliteit en verovering naar boven.

 

Wedstrijden kunnen een educatief proces en daardoor de ontwikkeling belemmeren.

 

De zwakte van wedstrijden is dat men zich sec gaat inspannen alleen om te winnen.

 

In een wedstrijd wordt winnen een belangrijker doel dan ontwikkelen en leren.

 

Wedstrijden maken het verschil tussen een atletiek veld en klaslokaal diffuus.

 

Wedstrijd, het woord zegt het al, doet strijd en jaloezie ontstaan en voedt deze.

 

Wedstrijden zorgen dat de aandacht meer gefocust is op externe factoren, zoals de rivalen of de jury, dan op de performance zelf.

 

In het volwassen leven is er al genoeg competitie, rivaliteit en verhit geworstel, de jeugd hoeft niet tijdens hun ontwikkeling hier al meteen aan meedoen.

 

In het dagelijkse leven is er al genoeg competitie, rivaliteit en verhit geworstel, het kunstklaslokaal zou juist een vrijplaats moeten bieden.

 

Het kunstklaslokaal zou een plek moeten zijn waar iedereen op zijn eigen kwaliteiten gewaardeerd wordt.

 

Zich vergelijken met anderen komt de ontwikkeling van de eigen autonomie niet ten goed.

 

In de kunsteducatie is het ontwikkelen van autonomie een belangrijk hoofddoel.

 

Studenten die niet succesvol zijn in een wedstrijd zijn niet voorbereid om de consequenties van ‘verliezen’ goed te verwerken.

 

Alle aandacht gaat uit naar de winnaars, ten koste van de zorg om de verliezers.

 

Het denken in ‘winners and losers’ zou geen plaats moeten hebben binnen kunst educatie.

 

Kunst zou de anti-dote moeten zijn van de ‘winners and losers’ mentaliteit.

 

Aan wedstrijden mee doen is belangrijk omdat je zo ook leert een ‘goed burger’ te zijn terwijl je je motivatie verhoogd en je public relations verbeterd.

 

Een person die erg competitief ingesteld is tegen andere teams/bands (intergroup rivaliteit) wordt dat evenzo makkelijk tegen zijn eigen team/bandleden (intragroup rivaliteit)

 

Wedstrijden hebben educationele voordelen

studenten werken harder

het niveau van de performance wordt hoger

het is ook goed sociaal onderwijs

 

Wedstrijden hebben educationele nadelen

De stress die wedstrijden met zich meebrengen zorgt ervoor dat bepaalde getalenteerde studenten afhaken

negatieve ervaringen kunnen tot onhaalbaar perfectionisme leiden

perfectionisme kan burn outs en drop outs tot gevolg hebben

 

 

Als er geen competitief element is dan verlaagd de standard

 

Wedstrijdelementen zorgen juist voor virtuoos effort

 

Wedstrijden vergelijken studenten op onvergelijkbare kwaliteiten.

 

Het juryren van kunst/muziek wedstrijden is het vergelijken van appels en peren.

 

Meedoen aan wedstrijden heeft de volgende voordelen:

1) leidt tot gebruik beter muziek

2) verbetering van het instrumentarium

3) verhoogde belangstelling voor school muziek van ouders en studenten

4) goede boordelingen – jury commentaar

5) vergroot social aspect, men luistert meer of beter naar andere groepen.

 

Meedoen aan wedstrijden heeft de volgende negatieve effecten

over benadrukking van het competitieve aspect

teveel tijd gespendeerd aan de wedstrijdstukken

slechte beoordelingen – jury commentaar

vijandelijkheid tegen andere geode performances van een wedstrijd.

 

De afsluiting:

Wat is je advies aan studenten die niet weten of ze wel of niet mee moeten doen met een wedstrijd?

Wat is je advies aan docenten die studenten begeleiden tijdens een wedstrijd?