Podcast interview met Angela Groothuizen (click here)

Transcript of interview with Angela Groothuizen.

Angela Groothuizen: singer, artist, television personality, juror of Xfactor, The voice of Holland, The voice kids, Holland’s got talent and many more.

Blanka Pesja: senior art educator, researcher master art educations

BP: Mijn gast van vandaag is Angela Groothuizen. Het zou een hele podcast uur kunnen duren alles op te sommen dat Angela gedaan heeft in haar succesvolle carrière en zeer energieke leven.

Voor mijn onderzoek naar competitie in kunsteducatie, en dan met name muziekeducatie, beperk ik me tot het noemen van de kwaliteiten die haar bij uitstek tot een ervaringsdeskundige maken. Zij heeft muziek gestudeerd, zij heeft zelf aan wedstrijden meegedaan, ze heeft prijzen gewonnen, ze heeft gecoacht en daarnaast heeft ze in heel veel jury’s gezeten.

Angela werd bekend als zangeres van de Dolly Dots, een groep die in 1988 werd opgeheven, waarna Angela een paar jaar muziek ging studeren en begon met liedjes te schrijven voor onder andere Kinderen voor Kinderen. Angela zelf won de Annie M.G. Schmidtprijs 2012 voor het nummer ‘Vinkeveen’, samen met tekstschrijver Jan Beuving en componist Nico Brandsen. Nico maakt samen met mij deel uit van het docententeam van de popopleiding van het conservatorium van Amsterdam. Angela en Nico ontvingen vier keer platina voor hun Sinterklaas meezingboek. Ook dat reken ik tot het winnen van een prijs. De klassieke liedjes zijn opgefunkt door Nico, teksten zijn gemoderniseerd door Jan Beuving. Vanaf voorjaar 2016 heeft Angela plaatsgenomen in de jury van Holland’s got Talent. Later was ze ook op televisie te zien als jurylid van The Voice of Holland. De jurerende rol had ze naar eigen zeggen met alle liefde nog een derde keer willen vervullen, maar het is ook goed om andere dingen te doen. “Het moet allemaal geen trucje worden.”

Dat vind ik een bijzonder leuke typerende quote en ook zeer toepasselijk voor mijn thema.

 

Om nog even een indruk te geven hoeveel ervaring Angela heeft met het jureren van wedstrijden, hier even een lijst. Jurypanels waar Angela in gezeten heeft zijn: Toppop Yeah (teamcaptain); Steracteur-Sterartiest (jurylid); Ranking the Stars (deelneemster); Let’s Dance (jurylid); X Factor (jurylid); The Voice of Holland (jurylid en coach); The Voice Kids (jurylid en coach); de Vrienden van Amstel zingen Kroonjuwelen (panellid); Beat the Best (jurylid); Mag ik u kussen? (kandidaat); De Beste Zangers van Nederland (deelneemster); It Takes Two (jurylid,); en Holland’s got Talent (jurylid). Ongelofelijk, Angela.
AG: Ja, maar ik heb ook vooral vroeger… Ik ben op mijn vierentwintigste had ik Roberto Jacketti & the Scooters geproduceerd. Dat was toentertijd de populairste groep. En toen begon het al met dat ze wilden dat ik bij de Harpen kwam jureren. En ik ben één van de oprichters van de BV Popprijs, wat nu de Popprijs is, daar heb ik ook jaren gejureerd. De Grote Prijs van Nederland in het begin heb ik een aantal jaren gejureerd, dus ik heb eigenlijk heel veel muziek gejureerd. En er zitten hier ook een paar programma’s bij waarbij ik gewoon een onderdeel ben van het programma. Ik heb zelf nooit meegedaan aan wedstrijden eerlijk gezegd. (Angela won wel in april 2013 de Annie M.G. Schmidt-prijs 2012 voor het nummer Vinkeveen, samen met tekstschrijver Jan Beuving en componist Nico Brandsen)

.
BP: In ieder geval uit deze hele lijst… mag ik hieruit concluderen dat je jureren leuk vindt en dat je sowieso een voorstander bent van muziekwedstrijden? Is dat zo?

AG: Nou, ik vind jureren echt wel een heel leuk baantje. Het is sowieso voor op televisie is het voor mij een manier om mijn geld te verdienen zodat ik mijn eigen vrije werk in het theater kan maken. Het gaat me heel makkelijk af. En dat komt toch wel door de ervaring die ik heb. Ze zeggen als je iets tienduizend uur doet, dan ben je ervaren. Nou, ik heb dit echt al heel veel meer gedaan. Het kost me ook helemaal geen moeite om wat ik vind en mijn emoties te scheiden. Dus als ik iemand niet perse leuk vind of zo, kan ik toch heel goed zien wat die persoon heeft gepresteerd.

BP: Je kijkt dan wat ‘koeler’ naar de kwaliteiten van de persoon?

AG: Ik kijk altijd naar de kwaliteiten. Ik kijk vooral met jureren ook altijd naar wat is iemand zijn kwaliteit en hoe heeft die persoon het op dit moment gedaan? Soms stijgen mensen boven zichzelf uit. En dat is altijd prachtig om te zien, en als je dat één keer gevoeld hebt, dan weet je dat je dat altijd zou kunnen nastreven bij elk optreden. Je tweede vraag is?
BP: Ben je voorstander van muziekwedstrijden?

AG: De één wel, de ander niet. Er zijn echt heel duidelijk mensen waarvan ik zeg: “Nou, je zou dit kunnen winnen, je hebt er niets bij te winnen, ik zou het niet doen.” Maar het leuke is, mensen vragen altijd advies en luisteren nooit. Dus ze gaan toch hun eigen weg. En dat is ook goed, want zo… Je leert het toch alleen maar door dingen te doen. Ik vind eigenlijk, muziek is natuurlijk eigenlijk niet helemaal iets om in een wedstrijdvorm te gieten, en toch is het over de hele wereld waanzinnig populair.
Ik weet dat mijn mede-Dolly Dot Ria – zij is in 2009 overleden – die was als kind werd die, ging die altijd naar alle talentenjachten en Stuif Eens In, dat… Nou, ik heb die behoefte zelf nooit gehad. Ik vond het ook eng om beoordeeld te worden.
En zij had daar helemaal geen last van, en daardoor was zij ook veel stressbestendiger dan dat ik was.

Dus ja, het hoeft niet maar het kan wel en het is een fantastische manier… (als je het dus even trekt naar wat televisie is, maar ook naar de Grote Prijs van Nederland)…het is een fantastische manier om jezelf te tonen. Laat jezelf maar zien, want in één keer bereik je zo’n grote massa. En als je meedoet aan programma’s als Holland’s Got Talent of de X Factor of The Voice, dat gaat ook nog eens via Youtube de hele wereld over.
Het wordt door de hele wereld bekeken, door de mensen die daarvan houden. Dus het zou zomaar kunnen dat dat een fantastische etalage is, net zoals tegenwoordig het Songfestival weer een etalage is.

BP: Ja, inderdaad.

AG: Ik bedoel, als we het nou hebben over een muziekwedstrijd die nou toch, zeg maar cultureel gezien in alle hoeken van de business heeft gezeten, van smakeloos tot prachtig, is het toch wel een voorbeeld van iets wat heel lang een groot succes is. Mensen vinden het spannend.

In het Arabische deel van de wereld is The Voice en Idols enorm groot. Het is iets voor kinderen om naar uit te kijken: Als ik dat doe, dan zou ik mijn leven kunnen redden. Voor sommige mensen is het ook echt een noodzaak om daaraan mee te doen.

BP: Heb je trouwens een voorkeurpanel of een voorkeurjury welke je het leukste vond om te doen, of welke je het beste vindt werken of een andere kwaliteit?

AG: Nou, het is altijd… Mensen hebben heel veel kritiek altijd op Gordon, maar hij is een heel erg goed jurylid. En hij neemt wel altijd zijn eigen stemming mee, dat is wat mensen er dan op tegen hebben, maar hij is een heel goed jurylid. En wij zijn met z’n tweeën kunnen heel goed. Ik vond de jury van de X Factor met Gordon en met Eric van Tijn en met mij en met Stacey die als rare eend in de bijt daaraan meedeed, vond ik een heel goeie jury.

BP:

Door de diversiteit?

AG: Ja, ook wel met… Ja, en ook wel dat Eric als songwriter en als producer, en dan Stacey als jonkie die eigenlijk gewoon ‘bluntly’ haar mening gaf. En dan Gordon als artiest en ik een beetje zo van alles er tussendoor. Dat was een goeie… En nu met Holland’s Got Talent is dit misschien wel de beste jury. Dus Gordon, dat ben ik, dat is Chantal Jansen die toch ook echt uit het theater komt en uit de danswereld komt en ook nog eens iemand is die zichzelf echt kan wegcijferen. En dan heb je Dan Karaty, een danscoach, één van de beste juryleden die ik ooit gehoord heb en als presentator Johnny de Mol. Ik geloof dat wij wel een heel goed team met elkaar zijn.

BP: Als ik je goed hoor, dan zeg je aan de ene kant dat je zelf weg kunnen cijferen een kwaliteit is.
AG: Heel belangrijk is, ja.
BP: En aan de andere kant ongezouten in één keer je persoonlijke mening erin gooien ook een kwaliteit is. Het lijkt bijna tegenstrijdig.

AG: Daarom is de samenstelling van de jury zo belangrijk.

BP: Dat je die beiden hebt?

AG: Ja, dat je dat beiden hebt. Kijk, ik vind dat het altijd moet gaan om degene die op het podium staat. Bij televisie moeten we ook televisie maken, dus ze vragen heel vaak: “Ga maar schieten, wij monteren het wel.” Als het live is dan moet je heel goed nadenken hoe je gaat schieten, dat je het kort en bondig schiet. Ik vind dat het altijd wel moet blijven gaan over degene die daar staat. In televisie is dat, ja daar moet je soms ook de tijd nemen om televisie te maken. Maar nooit ten koste van het talent.

BP: Dat begrijp ik. Ik ben vooral erg benieuwd naar je werkwijze als coach, en dan met name van kinderen. Ik zie jouw coaching activiteiten namelijk op het level van docentschap. Je leert de kinderen en jonge mensen waar je mee werkt toch nieuwe vaardigheden. Mijn vragen zullen zich dan ook richten op jou als coachdocente, juist in je hoedanigheid van jurylid, iemand die weet wat er van de kandidaten verwacht wordt en daar naartoe werkt. Zie ik dat juist zo? Werk je zo? Doelgericht?

AG: Ik heb mezelf nog nooit als docent gezien.

Ik stuur ze ook altijd door naar mensen waarvan ik denk dat die technisch beter kunnen uitleggen hoe… Ik weet dus helemaal hoe die stem werkt en hoe dat gaat, maar ik heb natuurlijk nooit geleerd om daarin les te geven.

Wat ik doe, is dat die enorme lange ervaring die ik nou eenmaal heb… Ik ben heel vaak op mijn neus gegaan, ik heb alle fouten al een keer gemaakt. Dus wat ik doe met een kind, vooral met jonge mensen, dat zijn die kinderen van The Voice Kids, die zijn dan tussen de elf en de veertien jaar, daar is al een enorm verschil. Die kinderen van elf laat ik zien: “Laat zien wat je kunt.” Die zijn helemaal onbevangen, dat probeer ik daar te houden. “Dit is het schat, en geniet ervan en wees wie je bent, je bent prachtig.”

Sommige kinderen die doen dingen die afleiden van hun zang. Dus dat kan met handen zijn, dat kan hoe ze staan. Daar kan ik kleine trucjes geven, van sta stil. Of als kinderen heel erg nerveus zijn, heel erg kwetsbaar zijn, dan geef ik ze wel een oefening waarin ik ze zeg: “Speel nou eens iemand die heel erg, heel erg in zichzelf gelooft, iemand waar je eigenlijk een beetje een hekel aan zou hebben. Kijk eens wat ik kan…” Dan zijn we één op één en niemand die dat ziet en dan moeten ze… Dat kind dat helemaal zo zingt, laat ik dan ‘whawhawha’ doen. Dus even de tegenbeweging van voel eens even wat er dan gebeurt. En wat er dan gebeurt is soms zo ontroerend dat mensen opeens voelen dat ze dat ook hebben. Of dat ze opeens merken: “Hé, o, dat kan ook.” En dat doe ik ook andersom. Mensen met veel blabla laat ik helemaal… Ik heb wel eens een jongen met veel blabla laten dansen als een klein meisje in een veld. Hij zegt: “Dat kan niet.” Ik zeg: “Doe het nou, niemand ziet het, niemand ziet het schat.” En die ging trippelen, trippelen, trippelen. Als een klein huppelend meisje liet ik hem bijna zingen. En die begon heel hard te huilen. Die begon heel hard te huilen toen hij dat deed. Die kwam ergens, en die heeft natuurlijk blijkbaar al die jaren iets op moeten houden of zo. En dus dat… Dat werkt wel. Maar heel vaak kijk ik alleen maar wat ze doen en dan zeg ik wat me opvalt. En probeer eens dat, en ik versta dat woord niet. Wat zing je nou eigenlijk? Waar gaat de tekst volgens jou over? En bij kinderen is zingen vaak eng en ze hebben geen idee. Dus dat is een andere manier dan met volwassenen. Een volwassene pak ik veel harder aan.

Dus die… De kandidaten bij The Voice, die pakte ik pittig aan. Maar die waren vaak ook, stonden niet meer open om te leren.

BP: Je merkt daar echt een verschil hè?

AG: Ja. Dus degene waar ik het meest van hou, dat is Shary-An, die heeft nu weer een prachtige single uit. Die was echt een kind van de straat en die, ja die stond helemaal open, die kon helemaal… Daar kon je alles mee doen. En die had echt een stem, het was nog niet altijd zuiver, maar het was een persoonlijkheid en de stem die je ziet, die is gebleven. Ja, en Niels Geuzenbroek is natuurlijk ook gebleven. En Aron Nijhof was er al en die is eigenlijk ook gebleven. Het zijn er een paar die het goed gedaan hebben. Maar des te jonger, des te beter kunnen ze nog… Dus daar keek ik op een gegeven moment ook naar, van kan ik jou nog wat leren, of denk jij dat je het al weet?

BP: Ja. Daarom vertrouw ik erop dat je toch door de jaren heen een docentenoog of –oor hebt ontwikkeld, ook al zou jij het zelf misschien niet in een didactische methode samenvatten. Maar ik hoor aan hoe je ingrijpt en hoe je dingen verzint voor je studenten, daar ben ik dus heel erg benieuwd naar. Mijn eerste vraag voor mijn onderzoek zou dan ook zijn: Wat is het positieve en negatieve effect van de competitie, dus we zijn in een wedstrijd bezig, voor het leren tijdens het coachen?

AG: Nou, als ik even uitga bijvoorbeeld The Voice, dat was qua competitie zwaar. Daar ging, de dagen waren lang, ze konden geen kant op. Dat was bij de X Factor ook, ze waren vaak binnen. Er werd veel van ze verwacht, ze moesten soms uren wachten. Het werden wel vrienden maar ze voelden opeens de druk, ze kregen op een begeven moment ook allemaal iets paranoïde, namelijk het programma vind mij zeker niet meer leuk en die heeft een betere plaat of die mag dat liedje zingen.
Terwijl ik daar nooit aanwijzingen over heb gehad dat dat zo werkte. Maar dan zei ik altijd: “Als je op dat pad gaat schat, verlies je.”
Blijf nou heel dicht bij jezelf, het enige wat ik altijd zei van: “Focus je heel rustig op jezelf”, en ik probeerde altijd… Daar ben ik geloof ik beter in dan wie dan ook: Wat is jouw kern, wie ben jij?

BP: Juist.

AG: Ik geloof dat het gaat niet om hard en hoog zingen of kijk eens wat ik allemaal kan, dat vind ik zo oninteressant. Ik wil kijken van wie is Blanka? Wie is…? Wie ben jij? Wat heb jij in te brengen wat de rest niet is? Want jij bent uniek. Dus je probeert dat van die mensen probeer ik eruit te halen, dat ze dat één keer voelen van als ik dat doe, dan ben ik anders dan anderen. Uiteindelijk onder de druk van de wedstrijd gaan ze heel vaak toch in hun oude trucje vallen.

BP: Ja. Precies, dat kan ik me voorstellen.

AG: Maar sommige mensen niet. Ik heb een fantastisch voorbeeld aan Adriaan, die kon helemaal niet zo goed zingen. Grote persoonlijkheid, zestien jaar was hij bij de X Factor. Zong ‘Ik vind je lekker’, zong hij en hij kon helemaal niet zo goed… Maar hij begeleidde zichzelf op de piano en ik dacht: “Ik neem hem mee.” En ik dacht die komt nooit de tweede ronde door. Nou, die kwam uiteindelijk wel in de live shows omdat hij steeds alles opzoog wat ik zei. Hij is tweede geworden. Mijn andere kandidaat is eerste geworden, ik had één en twee heb ik toen gewonnen. Dat was ook uniek, dat was nog nooit gebeurd bij de X Factor.
En hij is inmiddels, hij zit, hij is de toetsenman van Ron D, dus hij is serious talent, hij gaat heel goed, hij was aangenomen op het conservatorium. Maar je ziet dat die MBO kinderen heel vaak blijven hangen bij de HBO, dat is toch net teveel in het hoofd.

Het was zo makkelijk om hem… Hij pakte gewoon alles aan, hij was heel slim en aan Adriaan en Shary-An daar heb ik het diepste gevoel bij , omdat ik het gevoel heb dat ik ze echt iets gebracht heb.

BP: Welke soort kandidaten hebben veel baat bij de competitie tijdens jouw coaching traject zeg maar en welke kandidaten lijden onder het feit dat ze in een competitie zijn?

AG: Dat is een interessante vraag. Want heel vaak zie ik dat pas later, als het al zo ver is. Ik zie het ook soms wel denk ik al: “Dit is niet voor jou schat.”

BP: Maar kan je die, ook al zie je het later, heb je nu een beetje inzicht wat voor karakteristieken dat zijn?

AG: Mensen uit een goed gezin met liefdevolle ouders waar zelfvertrouwen vanaf het begin erin gezoend is, die kunnen veel hebben.
En de kinderen, de straatkinderen, Shary-An komt bijvoorbeeld van de Jeugdzorg, die kon ook heel veel hebben. Dus die…

BP: Een soort weerbaarheid.
AG: Ja, die was weerbaar omdat die in die Jeugdzorg hele liefdevolle mensen heeft getroffen. Maar mensen die uit een gezin komen waarvan die vader of de moeder zei: “Je moet dit of dat”, die zijn heel, altijd klaar voor een wedstrijd. En op een begeven moment hou je dat niet vol.

Je moet het spel kunnen zien. “Joh, lieverd, het is ook maar een wedstrijd, het is niet je hele leven.”
BP: Nee.
AG: En het enige wat je moet, het enige wat ik heel belangrijk vind is dat ze zuiver zingen. Want als je één keer vals zingt, dat achtervolgt je je hele leven op Youtube.

BP: Toch weer terug naar de techniek breng je ze dan.

AG: De techniek is wel belangrijk. En ook dit lied staat in… Sommige mensen kunnen fantastisch zingen, en als ze dan een hommage zingen en die is in mineur dan hoor je ze de mist ingaan. Ja, en die gaan dan ook in de finale de mist in. Ik heb het nu een paar keer gezien.
Mensen die heel veel riedeltjes kunnen, heel hoog en laag kunnen, grote ambities hebben en die toch altijd die ene interval altijd fout zingen. En dan kan je dat honderdduizend keer met ze oefenen, interval, interval, en dan gaat het onder druk weer fout. Want dat innerlijke oor, dat weet van wat is nou de toonaard, waar zit de tonica, dat voelen ze niet.
Ja, daar ben ik nu wel beter in om die eruit te halen hoor.
Die neem ik niet meer mee, want dat is gewoon niet goed. Die kunnen beter gewoon via bandjes zichzelf… Ja, je moet toch wel heel muzikaal zijn als je wil overleven.

BP: Hoe sta je persoonlijk tegenover competitie in muziekonderwijs?

AG: Ja, kijk muziekonderwijs in Nederland, in een tijd waarin iedereen zijn passie wil volgen, zijn droom wil volgen… Waar ik voor ben, je kunt altijd nog een serieuze baan hebben, ga eerst nou maar eens achter je droom aan. Ook de competitie begint al bij de vooropleiding van ook hier deze geweldige… conservatorium Amsterdam ben ik enorm fan van.
Echt enorm. Ook van de Herman Brood academie, MBO, ben ik enorm fan van.

BP: Hele goeie dingen komen daar vandaan.
AG: Komt enorm veel vanaf. Maar het is een competitie. Om erop te komen, moet je eerst wel laten zien wat je kunt en dan moet je wel iets anders zijn dan wat er al is.

BP: Dus je ziet de school eigenlijk al meteen als competitie?

AG: Ja, maar kijk op het moment dat je de bühne op gaat, moet je bereid zijn al helemaal klaar te staan als een wedstrijd. In het begin zeker, als je nog niet weet… Ik bedoel, ik ben bijna zevenenvijftig, ik sta op allerlei soorten podia, ik denk dat ik van alle mensen in Nederland het meest verschillende podia heb gespeeld. Dus van kleine zalen tot de braderie, tot Ahoy en weet ik veel wat.
Altijd moet je die spanning voelen, daar zitten mensen, je moet op en je moet alles, je moet rechtop staan en je gaat. En dan na vijf minuten kan je in de ontspanning. Dus dat is per definitie al wat een topsporter heeft als hij in de startblokken staat vind ik. Als je te ontspannen op gaat, dat zou je kunnen opbreken. Dus eigenlijk hoort het bij je wil dat mensen naar je kijken, je wil dat mensen, dat ze uit je hand eten.

BP: Gegrepen worden door wat je doet.

AG: Ja, je wil ze toch verleiden. Dan zou je toch echt wel een beetje in de modus moeten staan hoor. En dat is bij popmuziek, dat zie je ook, dat is wel weer grappig, dat vind ik wel eens hier missen bij het conservatorium, dat ik ze teveel in hun hoofd zie.

BP: Of dat het lang duurt voordat ze erin komen. De eerste twee of drie songs of zo. Dat is veel te lang.

AG: Ja, ik zie toch heel vaak dat een optreden, dat het echt alleen maar die muziek is maar de toekomst vraagt meer. Wat ga ik doen als ik eenmaal opkom? Hoe ga ik…? Ik zie bijvoorbeeld mensen die hier afgestudeerd zijn, mijn favoriete groep My Baby, fantastische talenten, geweldige talenten. Ze spelen Paradiso, ik dacht: “Daar ben ik geïnteresseerd in.” Want wat zie ik? In Paradiso zijn Nederlanders altijd bloednerveus. En ja hoor, ik zie ze opkomen en ik denk: “Daar gaat hij al.” Paradiso klinkt altijd ongemakkelijk, het is ongemakkelijk. En ik zag ze allemaal nerveus zijn. Ik heb het later met ze besproken, toen zeiden ze: “Ja, klopt. Het ging gewoon niet zo.” Ze waren gewoon niet zoals anders. Ze waren evengoed steengoed, maar ze waren niet aan het flowen. Dus dat is ook iets wat je moet leren, en eigenlijk moet dat geleerd worden op school, van wat gebeurt er nou, ben je voorbereid?
Wat ik doe bij mijn kids voordat ze opgaan live op de zender met drie miljoen mensen die kijken, of soms twee miljoen
BP: Gigantische getallen.

AG: Ze zijn heel nerveus en dat gaf ik dan ook altijd door aan de coach, de zangcoach waar ze ook bij zijn. Ik was heel één op één altijd met de zangcoach. Dan zei ik: “Luister, voordat ze opgaan, let bij die even op dat, even pff pff, pff pff. Dat de adem weer laag zit.” En een andere zei ik: “Voordat je opgaat, wil ik dat je denkt aan seks.” Dat is dan iemand die dat nog helemaal niet had in zijn liederen. Het hoort bij popmuziek, hoort seksualiteit op de een of andere manier.
Een ander zei ik: “Ik wil dat voordat je opgaat je ogen dichtdoet en denkt aan het gelukkigste moment, dan vroeg ik eerst wat was een heel gelukkig moment in je leven, en dan vertellen ze iets, en dan zeg ik: “Dan ga je terug en dan ga je dat, dan ga je dat beeld weer voor je krijgen.” Want dan ga je namelijk met een glimlach op, dan ga je met een gevoel op van ik was ooit eens gelukkig en ik neem dat mee. En dat is die eerste hobbel al. En ik heb dat geleerd omdat ik zelf zo’n ontzettende stresskip was vroeger.
Dan zag ik mezelf op televisie met zo’n vertrokken bek, dan dacht ik: “Groothuizen, what the f**k?” En dus ik kan het alleen maar doorgeven omdat ik zo vaak diezelfde fouten nog steeds maak ook.

BP: Welke aanpassingen aan wedstrijden zou je graag implementeren als jij het voor het zeggen had? Wat mag er van jou veranderen?

AG: Dat hoge, hard en hoog en kijk eens ik kan Sia zingen. Ik vind het zo oninteressant. En daar zit bijvoorbeeld The Voice veel meer op, kijk eens hoe, imponeren op alleen maar effect.
Ik ben natuurlijk al een tijdje uit The Voice. Ik vind dat heel veel dingen nu alleen maar steeds op effect gaan.
En ik vind het effect, ja dat is wel leuk, dat moet je ook wel kunnen, maar daar moet je… Dat is zo oninteressant. Dat is een beetje de man die zijn spierballen laat zien. Kijk eens wat ik allemaal heb. Terwijl je gewoon iemand wil zien.

BP: Persoonlijkheid.

AG: En je wilt geraakt worden. En niet alleen… Maar dat komt ook, als iemand een hele hoge toon zingt, dan gaat het publiek dan gaat iedereen klappen en schreeuwen. Dus mensen denken nu dat dat ook zo hoort. Terwijl uiteindelijk dat is het niet.
Als je het echt wilt, als je het beroep wilt maken, dan zal je echt iets anders moeten leren.

BP: Een persoonlijke vraag: Ben jij een perfectionist?

AG: Ja en nee. Ik ben het wel, ik heb afgelopen week het een beetje moeilijk met mezelf gehad omdat ik twee weken terug de moeilijkste, de zwaarste week van mijn leven had. Ik had drie keer de Toppers met de Dolly Dots, ik had drie keer mijn eigen show met Nico in het land, ik had twee keer de Muzikale komedie waarin ik zit, een toneelstuk, en ik had twee keer Holland’s Got Talent. En dat allemaal in zeven dagen, dus ik schoot…

BP: Dat is echt topsport, ongelofelijk!

AG: Het kon ook echt niet, fysiek voor je stem bijna niet. En ik heb als een monnik theetjes gedronken, warm gezongen. Dus ik kon het aan, maar ik ging bij de Toppers die eerste avond voor zestigduizend mensen met nieuwe oortjes zonder soundcheck op met een bak herrie in mijn oor. Ik kon mezelf niet horen. Ik heb behoorlijk matig gezongen die avond, daar heb ik de pest over in.
Ik heb ook één voorstelling met Nico, daar was iedereen wel heel enthousiast over, maar dat is de eerste avond in De Kleine Komedie, waren Nico en ik te gespannen, daar heb ik de pest over in.
Dus dan heb ik eigenlijk, dan kijk ik naar die week en dan denk ik: “Ja, ik heb het volbracht en er zijn weinig mensen die dat hadden gekund”, maar ik ben dan heel ontevreden dat die eerste avond bij de Toppers, dat die niet goed was. En die staat natuurlijk op Youtube, dat snap je wel.
Dus dan ben ik wel een perfectionist, maar ik heb ook geleerd dat bij mij valt het meeste winst te halen uit de ontspanning als ik ga. Als ik ontspannen ben, dan ben ik beter. Dus in die Muzikale Komedie waarin ik nu speel met veertien actrices, dan kom ik op vanuit de zaal met ‘I’m so excited’ in de toonaard die ik eigenlijk niet zo goed kan zingen. Maar dat maakt niet uit en tussendoor moet je ook, en je hebt alleen maar zo’n saai microfoontje, geen monitors dus je moet het echt op techniek doen, en dan denk ik sta ik daar als een oud wijf sta ik daar die tekst ook nog eruit te gooien. Maar dan weet ik wel, dan ben ik degene die het eerste mijn spulletjes heeft klaarliggen, dubbelcheck check check, dat ik nooit een moment heb dat die joint die ik in mijn zak moet hebben waarmee ik moet spelen, dat ik nooit misgrijp.

BP: Dus de voorbereiding daar ben je secuur in.

AG: Mijn toneel hygiëne is een tien. Ja, een tien. En Nico is net zo, en toch gebeurt het ons wel. En dan kunnen wij dan gelukkig met al onze voorbereiding altijd door. Maar ja, Nico en ik zijn eigenlijk met z’n tweeën nog erger dan allebei alleen. Wij gaan tot en met de laatste show dingen veranderen.

BP: Blijven schaven.

AG: Ja. Erg hè? Ja.

BP: Met dat perfectionisme, heb je daar ook last van of baat bij, bij het coachen of het jureren?

AG: Soms zeg ik ook wel eens: “Goed is in dit geval goed genoeg.”

BP: Dus relativeren eigenlijk dan.
AG: Ja. Je moet relativeren. En wat ik ook altijd doe, als er kinderen… je hebt altijd van die kinderen die de hele tijd aandacht willen hebben van: “Ik ben zo nerveus, ik ben zo nerveus.” Ik zeg: “Ach schat, je bent niet je ouders kwijtgeraakt bij een vlucht uit Syrië, je zit niet in een vreselijk vluchtelingenkamp in, bij de grens van Macedonië, je hoeft niet in het bos ergens in de Kongo je vader af te slachten omdat je nou eenmaal te grazen bent genomen door een kinderleger. Hou effe op, je gaat een liedje zingen, dat vind je toch leuk?” Nou, daar waren ze helemaal…keken ze helemaal zo. En dat werkt wel. Dus dan ben ik soms provocatief aan het coachen.
Provocatief coachen voor sommige mensen zeg ik ook: “Luister, dat is ook zo, je kan het ook niet.” En dan kijken ze je helemaal aan, in één keer schieten ze eruit. Ik zeg: “Je kan het niet. Je gelooft er zelf niet eens in, dus moet ik je dan gaan vertellen dat je het kan? Ik denk ook dat het waarschijnlijk niet goed gaat vanavond.” Of wie vertelt me dat het wel goed gaat?” Nou, dan gaan ze nog even hard huilen en dan gaat het ’s avonds geweldig. Het gaat soms niet helemaal perfect, maar dan is er iets anders. Want wat is er mooier dan een optreden wat misschien niet helemaal perfect is, als het maar niet helemaal af is, is het vaak mooier. Maar wel met hele diepe emoties. Ja, dat zijn de optredens die we willen zien natuurlijk.

BP: Vergelijk jij wel eens kandidaten onderling tijdens het coachen? Van kijk eens naar die of vergeleken met die? In positieve of negatieve zin, en waarom?

AG: Nou, peer pressure is de beste, het beste wat je…

BP: Er staan ook heel veel ethische mensen op die zeggen: “Dat kan niet.”

AG: Ja, en toch is het zo.
BP: Je hebt er geen moeite mee, je doet het?

AG: Ik vind dat… Het eerste wat ik altijd zeg tegen de kinderen is, wat ik altijd deed met zeg maar de jongeren, maar ook met al mijn kinderen, dan heb je er zes of acht of twaalf of vijftien, die haalde ik altijd bij elkaar. Ik heb een huis in Vinkeveen, dat is een magische plek, daar haalde ik ze bij elkaar. Ik zeg: “Luister, ik ga jullie heel veel vertellen en jullie gaan heel vaak niet luisteren. Maar jullie gaan wel het meest van elkaar leren. Kijk naar elkaar, leer van elkaar.” En dan ga ik wel in de veiligheid van met elkaar zijn, ik zorg eerst dat die groep veilig is. Het zijn ook altijd een bepaald soort kinderen en mensen die altijd voor mij kiezen. Dus het is vaak ook de meest gezellige groep. Ik had altijd de leukste groepen waar de diepste vriendschappen uit kwamen. En ik weet dat bij Marco, en dat komt niet door Marco, maar daar was enorme rivaliteit. Dat heb ik eigenlijk nooit gehad.

BP: Ik hoorde van Nico ook dat jij heel zorgzaam bent. Dus in jouw huis, heel gastvrij en heel zorgzaam voor die kinderen.

AG: Veilig zijn, een soort moeder-energie. Ik ben best wel stoer maar ik heb dan blijkbaar toch een moeder-energie waardoor het veilig is. Dan zet ik ze in de kring en dan laat ik ze om de beurt voor elkaar optreden en ik laat ze dan ook die soms als het nodig is die oefening doen. En omdat het veilig is, werkt het bijna als een sensitivity training. En dan groeien ze en dan zijn ze heel veilig met elkaar. En dan worden ze beter door elkaar. Niet door mij, door elkaar. Dus ik geloof wel in peer pressure, alleen in een veilige omgeving.

BP: Gaan jouw kandidaten wel eens negatief onderling een competitie aan en hoe reageer jij daar dan op?

AG: Ik heb dat in mijn groepen niet, maar ik heb het wel eens gezien dat iemand heel aardig een sneer uitdeelde. “Toch knap hoor, dat je je dan nog zo staande houdt na die fout.” Dat soort dingen. En daar ben ik echt, dan ben ik meedogenloos tegen die persoon.
Dan zeg ik: “Zo, dus jij dacht dat ik dat niet hoor? Dat hoorde ik. En wat wil je eigenlijk zeggen, wat bedoel je er eigenlijk mee?” “Wat bedoel je eigenlijk?” “Nee, nee, nee.” “Jij zegt het, wat bedoel je?” En dan soms ook wel eens dat de andere coach zegt: “Wat was dat? Had je een briefing met mijn…?” Ik zeg: “Luister, die zit een beetje mijn kandidaat af te graaien, daar gaan we niet voor.” Of ik zeg: “Ik roep ze tot de orde.”
Ik vind, ja je moet altijd bedacht zijn op… Iedereen kent wel iemand die altijd jou probeert kleiner te maken.
Daar waarschuw ik ze ook voor.
Zorg dat er altijd mensen zijn, ook in je omgeving, thuis. Iedereen gaat anders doen, iedereen gaat zich met je bemoeien, iedereen komt met een mening, laat het van je afglijden. Want ze proberen je kleiner of groter te maken en je hebt aan beiden niets.
BP: Dus dat is een goede reactie. En in principe wat jij zegt, je krijgt er sowieso mee te maken in je leven, het gaat altijd gebeuren. Dus je kunt ze ook niet beschermen. Ik neem aan dat je ze ook weerbaar moet zien te maken.

AG: Weerbaarheid is één van de belangrijkste dingen. En je kunt weerbaar zijn en toch je kwetsbaarheid houden, snap je? Dat je het kunt laten zien op het podium dat is mooi, maar wees wel weerbaar. En laat je ook… En al die meningen, vooral die kandidaten van die programma’s die hebben zoveel meningen. Iedereen zegt: “Weet je, ik zag… Die jurk dat…” Of weet je, allemaal dingen waardoor ze altijd die grond onder hun voeten wordt weggeslagen. Dus het eerste wat ik tegen ze zeg van: “Luister naar niemand, luister naar mij, kom naar mij toe.”
Dat gebeurt dan natuurlijk wel, maar ze luisteren natuurlijk toch. Want we zijn namelijk kwetsbaar. En ik heb het ook nog steeds. Als mensen iets zeggen of ik zie iets op Youtube, dan denk ik ook ja, of een slecht… Of een recensie, dat je denkt: “Ja, hij heeft ook gelijk eigenlijk.” Weet je, dat houden we. Maar wij als performers, als muzikanten zijn nou eenmaal kwetsbaar. En als je daar, daar moet je mee om kunnen gaan. En dat probeer ik ze wel te leren.

BP: Zijn er al bij voorbaat de echte, ja gedoodverfde zeg je in het Nederlands, winners and loosers on your team? Hoe ga je om met die stigma’s

 

AG: Ik zeg heel vaak, ik zeg: “Luister, de kans is vrij klein dat je deze wedstrijd wint.”
Dat zeg ik wel. Maar je zit in de finale, dus jij gebruikt dit als een podium om jezelf te laten zien. En dan ga ik vertellen steeds van ja, maar jij schrijft natuurlijk je eigen liedjes en jij gaat je eigen… Dus ik verkoop ze ook aan het publiek.
Ik zeg ook tegen mensen: “Het zou zo maar kunnen zijn dat jij degene bent die zou kunnen winnen. Geen enkele fout moet je maken. Let op wat ik je zeg.”

BP: Dus je voert de druk dan eigenlijk op?

AG: Nou, ik waarschuw ze voor valkuilen. Ik ken alle gaten in de weg en ik weet ook waar ze kunnen ontstaan.
En ik zie soms ook mensen, je weet het toch niet hoor, want dat zeg ik ook heel vaak, ik zeg: “Jongens, het kan, je hebt gelukkig niet alles in de hand, het ligt ook nog eens bij het publiek. En succes is een collectieve afspraak”, zeg ik altijd.
Mensen die besluiten allemaal: “O, daar lopen we…” Mensen lopen allemaal achter elkaar aan. “Kijk, o dat…” En dan is er een kleine meerderheid of minderheid die zegt: “Ja, maar ik vind het wel interessant.” Dus succes is een collectieve afspraak.

BP: Mooie uitdrukking.

AG: Dus ik bereid ze voor en ik weet wel heel vaak wie zou kunnen winnen. Ik heb ook één keer gehad dat ik dacht: “Ja, die gaat winnen en die gaat het niet maken. Want dat is een zeurpiet.”

BP: Mensen moeten ook jou dan wel wat gunnen?

AG: Luister, als je een zeurpiet bent, dan ga je het niet redden in dit vak. Luister, voor jou twintigduizend anderen. Je moet echt niet denken dat jij het grote talent bent. Je moet gewoon aan de slag. Niet zeuren, werken.

BP: Heel mooi. Ik heb een song uitgekozen van jou en Nico waarvan jij de tekst hebt geschreven, wat ik heel thematisch toepasselijk vind: ‘Eeuwige Jeugd’.

 

 

Muzikaal Intermezzo: Eeuwige Jeugd

Zang en tekst: Angela Groothuizen

 

BP: Angela, wil jij iets zeggen over deze song?

AG: Het leuke is dat ik dit lied kreeg opgestuurd door een blogger van Zapp of blog.nl die altijd over muziek blogt. En die zegt: “Ik hoor jou dit zingen.” Ik vond het helemaal te gek. Maar ik dacht, het was een Italiaans lied, moet ik het dan vertalen, ik heb geen idee waar het Italiaanse lied over ging. Heb ik ook niet gevraagd, En ik heb gewoon ook wel echt een jaar lang aan die tekst gewerkt, dan weer daar een woordje, dan weer daar een zinnetje. En uiteindelijk werd het de titelsong van mijn vorige programma, Eeuwige Jeugd. En ook de titelsong van ons laatste album. En ik heb nu de ballad-versie met Nico en die is eigenlijk nog ietsjes mooier. Dus die komt ook nog, die gaan we ook nog opnemen.

BP: O geweldig.

Hoe begeleid je een potentiele winnaar naar een wedstrijd toe? Dus anders dan de mensen waarvan je denkt: “Die gaan het toch niet redden?”

AG: Nee, maar die krijgen wel dezelfde behandeling.

BP: OK, dus je maakt geen onderscheid?

AG: Nee, ik maak geen onderscheid. Maar uiteindelijk blijf je met steeds minder over, want het is een competitie, er vallen mensen af. Uiteindelijk blijf je met je kerngroep over. Ik weet de studio’s waar ze dan heel vaak dagen zitten. Daar zijn wat banken en daar vervelen ze zich. Dus ik zeg altijd: “Hier zijn opblaasbedjes, probeer rust te pakken, probeer niet de hele dag met iedereen door die gangen te zingen dat je straks je stem kwijt bent. Probeer je te focussen op de dag van de uitzending.” Vooral die live uitzendingen zijn heel zwaar. “Ga liggen, ga ook in stilte met elkaar, ga niet de hele tijd muziek op je oor. Geef je oren rust.” Dat soort dingen doe ik dan, en vooral met de winnaar probeer ik, en dat is natuurlijk bij iedereen anders, focus, focus, focus. Denk aan het lied, zie elk, vooral aan het einde merk je dat ze minder goed nog die teksten opnemen omdat ze moe worden. De harde schijf is vol.

BP: De tekstoverdracht…
AG: Ze worden steeds, naarmate het belangrijker wordt zijn ze uitgeputter. En dan ga ik zitten: “Wat zing je? Neem die tekst, zie het voor je. Wat zie je voor je?” Dus dan onthouden ze ook die teksten beter. Ik zeg: “Op het moment dat je heel nerveus bent, ga in de tekst…. sitting on the dock of the bay…. zie jezelf zitten daar. Watching the tide… wat zie je? O je ziet het getij komen, in en uit. Voel het, zie het voor je. Ga helemaal in je eigen film. Ga in de tekst… I’ve been loving you, aan wie denk je dan? Too long… Zie het voor je.” En heel vaak kunnen ze dan net zichzelf op tijd wegtrekken voor een potentieel gat in de weg. Dat werkt heel goed, dat werkt dan ook echt wel bij de winnaars.

BP: Right, daar is dat onderscheid al eigenlijk?

AG: Ja, ja, ja. En dat wil niet zeggen dat degenen die niet de winnaar is niet volgend jaar de winnaar kan zijn. Het is een momentopname, dat zeg ik ook altijd.

 

BP: Hoe vang je een verliezer van een wedstrijd op?

AG: Als het helemaal is misgegaan: “Nou wat gebeurde er? Dit en dat? Hebben we allemaal wel eens.” “Ja, maar nu hebben drie miljoen mensen me gezien.” “Maar goed, dit gebeurt je nooit meer.”

 

BP: Dus relativeren of troosten?
AG: Ja, een beetje troost. Relativeren. Hé luister, dit heb je meegemaakt.
Dit heb je meegemaakt, gaat je nooit meer gebeuren. En later ja, het is… We maken het allemaal wel eens mee, Blanka, dat je denkt…

BP: Vertel mij wat.

AG: Dit heb ik niet goed gedaan. Nou ja, lekker belangrijk. We zijn allemaal feilbaar.

BP: Ja. Dan een vraag die echt wel uit het onderwijs komt, maar ik denk dat we daar wel raakvlakken hebben: Hoe implementeer je de wedstrijd in de rest van je coaching programma? Dus je ziet iets wat er moet gebeuren met één van de kandidaten. En ja, wat voor element is daar dan die wedstrijd nog voor?

AG: Het heeft vaak te maken met wie de persoon is. Wat ze zingen op dat moment, hoe moeilijk dat lied is en hoe graag ze het willen of niet. Dus als ze een lied echt niet willen, dan ben ik de coach die regelt dat ze een ander lied krijgen.
Maar ja, het is soms ook moeilijk. Dan kijk ik wat zit er verder in het programma zit. Wie zit er voor jou? Zie je het voor je? Dat is een en al energie, dus we gaan hier voor die ballad en je gaat hem heel ingetogen zingen. Dus dan heb je de tegenstelling.

BP: Je bepaalt de hele context.

AG: Ik probeer dat. Dat is wat ik volgens mij kan doen als coach binnen het maken van televisie. En ook van nou, die zit voor je, die gaat echt iedereen wegvagen. Daar kom je niet overheen. Ga daar ook maar niet zitten. Ga maar gewoon heel rustig in je eigen en heel rustig je ding doen. En dan zie je dat dat dan, dat de rest van de juryleden dan zegt: “Wat ik zo mooi vond”, snap je? Dus je moet gewoon proberen een stap vooruit te denken.

BP: Strategisch eigenlijk.
AG: Heel… Ik ben enorm van de strategie. Afgelopen maandag is de geluidsman begraven, die was plotseling dood waarmee ik vroeger toen hij jong was al werkte bij de Dolly Dots, Fred van Venetië. En die deed heel vaak de mixing in de zaal. En dan zei ik heel vaak: “Fred, in de commercial break krijg je van mij nog een laatste briefje.” En dan zag ik hoe de stemming was bij mijn mede-jury en dan dacht ik: “OK, die zegt dat, OK, briefje, ging naar Fred toe, Jaap tweede bij…” En dan wist hij het.

BP: Zo ver gaat dat! Wow.

AG: Zo ver gaat dat. Hier.

BP: Dus jij wil ook zelf heel graag winnen?

AG: Absoluut. En dan ook een: “Doe die en die, minder galm, laat maar droger klinken. Want de rest zit zo… wij gaan hem van de andere kant….”

BP: Ongelofelijk. Ik vind dit wel heel leuk om te weten.

AG: Ik zeg het ook altijd tegen mijn vrienden in de wagen, want in de wagen hoor je iets anders, dat weten we. Dat klinkt in de zaal, heb je de boventonen erbij, je hebt het enthousiasme van het publiek, je hebt de performance en dan hoor je het in de wagen en dan klinkt het echt als een drol. Ja, dat weten we.

BP: Kurkdroog.

AG: In de wagen zeg ik ook nog: “OK, in het geval van het koortje nog ietsje harder, kan je daar het koortje iets inschuiven? Deze uithaal, kan je daar een beetje galm bij doen?”

BP: Echt een engineer, een sound engineer bijna.

AG: En dan krijgt hij een tekst, dan kan hij dat gewoon volgen. Het lukt niet altijd.

BP: Maar je maakt er wel werk van?

AG: Ik maak daar echt… Echt, dat is net die laatste tien procent die je dan nog extra doet.

BP: Wow. Ja. En je wint…

AG: Nou geef ik wel al mijn geheimen weg.

BP: Maar ze doen het je toch niet snel na.
AG: Ik deed het wel als enige. En later ook Marco natuurlijk samen met Ton, Ton is een oude schoolkameraad van mij en een heel goeie vriend ook van Nico, de beste drummer van Nederland. En die deed het ook wel, ja.

BP: OK. Hoe onderscheid je voor je kandidaten diverse leerdoelen buiten de wedstrijd om? Dus straks is die wedstrijd voorbij en je weet, je moet die mensen het veld in gaan sturen. Dus wat geef je ze mee om aan te werken of aan te studeren?

AG: Het ene kind, als het gaat om kinderen, sommige kinderen hadden al musicals gedaan, in één geval van een zeer groot talent, Jurre Otto, die deed al musicals en dan weer acteren dit. En toen was hij vijftien en toen hebben Babette en ik alle twee wel veel gesproken, Babette Labeij en ik met die moeder en die vader van: “Laat hem effe ook gewoon vijftien zijn. Hij is zo’n talent, weet je wel, laat hem ook, laat hem niet altijd in een plan van een ander zitten.”
Bij een musical zit je in een plan van een ander. Toen heb ik de Dutch School of Popular Music aangeboden, daar is hij heen, en hij werd uitgenodigd voor het conservatorium. Hij is erg pril nog, maar hij zit nog steeds in de race.
Dus die, ik hoop dat hij aangenomen wordt en anders wordt het volgend jaar. Dus dan zie je dat iemand die toch, een jong kind in de kindermusicals, toch nu uiteindelijk hier terecht komt. Want…

BP: Er is nog te leren?

AG: Ja, er is te leren. Ik zeg tegen heel veel kinderen: “Ga op zangles.” Ik zeg tegen mensen: “Je moet op zangles”, of “Waarom leer je niet een instrument bespelen?”

BP: Verbreding ook.

AG: Sommige kinderen zeg ik: “Ga heel veel, ga met die vriend van jou met die gitaar… Ga overal optreden. Kilometers maken, maak maar kilometers.” Want weet je Blanka, als je niet zelf kunt zorgen voor je eigen omveld, je eigen werk, dan ga je het niet redden in het vak. Je moet het zelf doen, daar kan geen Voice-winner… Ik ken Voice winnaars die gewonnen hebben en helemaal naar de klote zijn gegaan. Omdat je het zelf moet doen.

BP: Hanteer je een ander beoordelend systeem binnen het coachen dan als jurylid van een muziekwedstrijd? En zo ja, welk verschil is dat?

AG: Bij Holland’s Got Talent hoef ik niet te coachen. Maar dit jaar hadden we een jong joch van zeventien die volgens mij zomaar een hele grote volkszanger zou kunnen worden. Nou, dat was best uniek. Echt, heeft alles. Maar hij had ook alle – dat zei Chantal heel terecht – alle trucjes al van Jeroen van den Boom en weet je, dat wegtrekken en dat… En lelijk fraseren. Dus ik heb gezegd: “Ja, maar het zou ook wel zomaar de nieuwe volkszanger kunnen zijn, dus we moeten hier een zangcoach op zetten.” Daar zit een geweldige zangcoach, ik ben even zijn naam vergeten, en die jongen maakt een enorme sprong.
BP: Was er een verschil in het gehanteerde beoordelend systeem binnen je eigen opleiding en die van de muziekwedstrijden?

AG: Ik heb, mijn opleiding, mijn muziekopleiding die ik heb gehad, ik was tot mijn achtentwintigste Dolly Dot. In die tijd begon net de lichte muziek in Rotterdam. Amsterdam had het nog niet eens, jazz alleen. En ik ben toen naar de open dag in Rotterdam geweest, en toen kwam ik daar de directeur tegen, die zegt: “O, ik wilde je bellen of je eens een keer een masterclass wil geven.” Ik zeg: “Ik kom hier om te kijken of ik hier kan leren.” Hij zegt: “Wij kunnen je niets meer leren.” En toen heb ik mijn… ik had sowieso al twee keer per week zangles, ik had twee keer per week pianoles, en ik studeerde solfège, dus de muziektheorie bij mevrouw Weiner, dat was ook drie keer per week. Dus ik was fulltime ermee bezig, het kostte me zevenhonderd (700) gulden per maand.
Dus daar moest ik hard voor werken om dat te kunnen betalen.

BP: Een flinke investering.

AG: Ik heb dat ongeveer drie jaar gedaan, vier jaar gedaan. En in de week van mijn staatsexamen, dat ik staatsexamen moest doen, stond ik vijf keer in DeLaMar met Purper, had ik de release van mijn album die binnenkwam op negentien en de eerste opname van de Uitdaging, het eerste televisieprogramma wat ik deed.
Dat was in die week.

BP: Het komt allemaal samen, lijkt het altijd weer.

AG: Altijd. En toen heb ik nooit het staatsexamen gedaan en nu kan dat niet meer, nu is dat er niet meer. Dus ik heb geen papieren.

BP: Maar je hebt wel die zelfstudie dus eigenlijk georganiseerd.
AG: Ja. Maar ik speel nog steeds als een kramp piano, en ik lees nog steeds als een kleuter.

BP: Vind je dat jammer?

AG: Ja, ik vind het wel jammer. Want ik heb uiteindelijk nu met die Muzikale Komedie voor het eerst weer muziekliedjes ingestudeerd. Ik moest wel, die partijen waren zo lastig. En toen dacht ik: “O”, en toen kwam het langzaam weer terug. Maar ik heb het eigenlijk al die jaren niet hoeven gebruiken. En ik kan echt mooie liedjes maken, ik componeer echt heel mooi en dat kan ook als je gewoon eenvoudige akkoorden kunt spelen.

BP: Ja. Maar vooral wat je laat zien: je ging er zelf achteraan en je organiseerde het ook weer binnen de mogelijkheden van dat moment voor jezelf, dat vind ik heel mooi om te horen.

AG: Ja, goeie leraren gehad ook, ja.

BP: Wat doe je als coach voor je kandidaten als je het niet eens bent met de rest van de jury?

AG: Ruzie maken. Bij de X-Factor stonden we bekend, dat we elkaar echt gewoon…dat we enorme ruzie kregen. Gewoon off stage maar gewoon ook op de televisie. Eric van Tijn en Gordon, wij hebben wel… Ja, je wordt, je bent zo betrokken bij je kandidaten. Dat vond het publiek natuurlijk wel weer heel leuk. Maar dat je echt heel kwaad was op elkaar. Ja, en dan later lachen we dat weer weg. Maar ik ben wel razend, ik ben zo gekwetst geweest. Maar ja, ze hadden uiteindelijk wel gelijk.
BP: Maar waar, wat kwetst je dan als ik vragen mag?

AG: Nou, dat ze opeens dan, dat ze opeens kozen…. dat Eric zei van: “Ik ga dan toch voor de jeugd” en dat mijn fantastische kandidate werd weggestuurd.
Terwijl ze zo goed was. Maar wat ik me even niet realiseerde toen, is dat het publiek haar natuurlijk al heel weinig stemmen had gegeven.
En later, jaren later kwam Ali B bij ons bij de X Factor en die zag ook zijn beste zangeres gaan. Die was zo kwaad op ons, en toen zei ik: “Ja schat, ik weet waar je vandaan komt, maar ze heeft gewoon geen stemmen gekregen want je hebt haar niet goed neergezet. Het is jouw schuld.” Ja, ja, ja. We leren ervan, we proberen het allemaal goed te doen.

BP: Ja. Wat doe je als coach voor je kandidaat als jij het wel eens bent met een jury maar je kandidaat niet? Hoe van je dat dan op? Wat zeg je dan tegen die kandidaat?

AG: Nou ja, kijk, sommige mensen hebben ook wel oogkleppen. Of sommige jonge mensen… Die hebben dan… Die zijn zo overtuigd van hun eigen kunnen en die kunnen eigenlijk helemaal niet tegen kritiek. En dan zeg ik: “Ja, maar dit is gezegd, deal with it. Je kunt het niet meer terugdraaien, dit is wat het is. Ga je er wat mee doen ja of nee, dat is aan jou. Maar hij of zij had wel een punt, dat snap ik wel. Daar moeten we de volgende keer laten zien dat we dat, we moeten de volgende keer iedereen laten zien dat we het gehoord hebben.”
En ja, dat zeg ik, er zijn mensen die nemen dingen aan en er zijn mensen die nemen dingen niet aan.

BP: Dat is op school ook zo.
AG: Ik heb nog steeds…iemand die is nog steeds boos… maar die staat nog steeds…slecht te timen bij allerlei bands. Weet je wel? Die… Die vond het belachelijk dat ik hem niet meenam naar de liveshows. Ja, het was niet goed. Ja, jammer.
BP: Ja. Dan last but not least, ik doe een aantal uitspraken en jij mag antwoorden met eens, een beetje eens, een beetje oneens of oneens. Je mag het heel kort houden, maar stel dat je behoefte voelt om…

AG: Iets te zeggen, dan zeg ik het.
BP: De eerste: De maatschappij waardeert wedstrijden als een canonvorming, als een meting van de echte waarde.

AG: Niet mee eens.

BP: De kracht van wedstrijden ligt in de stimulans van studenten om hun best te doen.

AG: Ja, eens.

BP: Een hoge score ontvangen voelt goed voor de bandleden en werkt daardoor stimulerend.

AG: Mee eens.

BP: Wedstrijden zorgen dat het niveau stijgt.

AG: Mee eens.

BP: Wedstrijden zorgen voor een grotere belangstelling voor muziek.

AG: Absoluut mee eens. Het is de enige manier nog waarop we muziek tegenwoordig op televisie hebben. Ja.

BP: Het idee van een muziekwedstrijd slaat zo aan, want het brengt het natuurlijke instinct van rivaliteit en verovering naar boven.

AG: Ik denk wel dat dat werkt bij het publiek, eens. Ja.

BP: Wedstrijden kunnen een educatief proces, en daardoor de ontwikkeling, belemmeren.

AG: Ook. Daar ben ik het ook mee eens, dat ligt per persoon en per wedstrijd. Je moet heel goed bedenken aan welke wedstrijd je meedoet, of je wat, of je wat te winnen hebt.

BP: En geef eens een paar doelen die je vindt dat je ermee zou kunnen winnen?

AG: Sommige mensen doen mee aan de Grote Prijs van Nederland, dat is een ervaring en dat is leuk en dat kan je als bandje, dat is leuk. Maar niet iedereen is geschikt om mee te doen met The Voice. Ik raad het vaker af dan aan.

BP: De zwakte van wedstrijden is dat men zich sec gaat inspannen alleen om te winnen.

AG: Eens.

BP: In een wedstrijd wordt winnen een belangrijker doel dan ontwikkelen en leren.

AG: Eens, helaas. Maar ik niet hoor, ik blijf hameren op dat andere.

Probeer er ook wat van te leren, en het is ook zo want het is een snelkookpan, zo’n wedstrijd. Ze leren zoveel, dat leer je… Anderen doen daar tien, twintig jaar over. Dus…

BP: Wedstrijden maken het verschil tussen een atletiekveld en klaslokaal diffuus.

AG: Maar bij sport heb je maar één (1) winnaar, en bij muziek is het uiteindelijk toch… Daar hoef je niet te winnen, maar je hebt wel je ding kunnen laten zien. Het is toch echt iets anders.

BP: OK. Wedstrijd, het woord zegt het al, doet strijd en jaloezie ontstaan en voedt deze.

AG: Zou kunnen, ja.

BP: Een beetje eens of helemaal eens?

AG: Een beetje eens.

BP: Wedstrijden zorgen dat de aandacht meer gefocust is op externe factoren zoals de rivalen of de jury dan op de performance zelf.

AG: Beetje mee eens. Dat ligt, dat zit een beetje in het middengebied. Soms niet, soms wel. Een beetje mee eens. Ook een beetje mee oneens, het zit in het midden. Neutraal.

BP: In het volwassen leven is er al genoeg competitie, rivaliteit en verhit geworstel. De jeugd hoeft niet tijdens een ontwikkeling hier al meteen aan mee te doen.

AG: Nee, maar het is ook niet voor iedereen. Mee eens dus, het is niet voor iedereen.

BP: In het dagelijks leven is er al genoeg competitie, rivaliteit en verhit geworstel. Het kunstklaslokaal zou juist een vrijplaats moeten bieden.

AG: Helemaal mee eens.
BP: O, wat mooi. Het kunstklaslokaal zou een plek moeten zijn waar iedereen op zijn eigen kwaliteiten gewaardeerd wordt.

AG: Helemaal mee eens.

BP: Zich vergelijken met anderen komt de ontwikkeling van de eigen autonomie niet ten goede.

AG: Mee eens. Ik zeg altijd: “Als je vergelijkt met elkaar, dan kan je ijdel worden of onzeker of bitter. Dus doe maar niet. Kijk maar wat je zelf te brengen hebt, dat is mooi genoeg.”

BP: OK. In kunsteducatie is het ontwikkelen van autonomie een belangrijk hoofddoel.

AG: Helemaal mee eens.

BP: Studenten die niet succesvol zijn in een wedstrijd zijn niet voorbereid om de consequenties van verliezer goed te verwerken.

AG: Nou, daar ben ik het niet mee eens toch, nee.

BP: OK. Alle aandacht gaat uit naar de winnaars ten koste van de zorg om de verliezers.

AG: Daar ben ik het ook niet mee eens, nee. Tenminste niet hoe ik het meemaak.

BP: Natuurlijk, we vragen ook naar jouw ervaring. We hoorden ook net hoeveel zorg je eigenlijk om de verliezers genereert.

AG: Ja.

BP: Het denken in winners and loosers zal geen plaats moeten hebben binnen kunsteducatie.

AG: Mee eens.

BP: Kunst zou ‘the antidote’ moeten zijn van de winners and losers mentaliteit.

AG: Mee eens.

BP: Aan wedstrijden meedoen is belangrijk omdat je zo ook leert een goed burger te zijn terwijl je je motivatie verhoogt en je public relations verbetert.

AG: Eens.

BP: Een persoon die erg competitief ingesteld is tegen andere teams, de inter-groep rivaliteit, wordt dat even zo makkelijk tegen zijn eigen team of bandleden, intra-groep rivaliteit.

AG: Helemaal mee eens. Je hebt altijd van die mensen die hebben enorme ellenbogen en die weten zich overal in te likken. Maar uiteindelijk wordt het wel door, ziet… Je ziet het. En weet je wat, één (1) ding bijvoorbeeld op televisie, televisie is meedogenloos. Je krijgt echt, je hebt… Je komt er niet mee weg. Mensen gaan dat zien. Dus dat kan soms voor in je voordeel werken, maar heel vaak vinden mensen, knappen dan ook af.

BP: Duidelijk. Wedstrijden hebben educationele voordelen. Eén (1) studenten werken harder, het niveau van de performance wordt hoger, het is ook goed sociaal onderwijs.

AG: Mee eens, ja.

BP: OK. Dus je ziet daar wel een plek voor. Wedstrijden hebben educationele nadelen. Eén (1) de stress die wedstrijden met zich meebrengen zorgen ervoor dat bepaalde getalenteerde studenten afhaken, negatieve ervaringen kunnen tot onhaalbaar perfectionisme leiden, en perfectionisme kan burn-outs en drop-outs tot gevolg hebben.

AG: Ja, daar ben ik het wel een beetje mee eens ja.

BP: Als er geen competitief element is, dan verlaagt the standard van een performance.

AG:
Dat weet ik niet.

BP: Oneens?

AG: Oneens ja, dat weet ik niet. Ik weet het niet, ik denk het niet nee. Want je wil toch altijd, we zijn toch allemaal wel begonnen vanuit een drijfveer, dus je wil het toch zo goed mogelijk doen.

BP: Met of zonder wedstrijd, ja. Wedstrijdelementen zorgen juist voor virtuoos resultaat.

AG: Niet helemaal mee eens. Ik bedoel, ik word bijvoorbeeld slechter van een wedstrijd.
Snap je? Ik krijg dan gewoon iets dwarsigs. Ik word, ik heb, ik ben er niet geschikt voor.
BP: Duidelijk. Wedstrijden vergelijken studenten tot onvergelijkbare kwaliteiten.

AG: Mee eens.

BP: Het jureren van kunstmuziekwedstrijden is het vergelijken van appels en peren.

AG: Helemaal mee eens.
BP: Meedoen aan wedstrijden heeft de volgende voordelen: Het leidt tot gebruik betere muziek, verbetering van het instrumentarium, dat kan ook de stem zijn natuurlijk, verhoogde belangstelling voor schoolmuziek van ouders en studenten, goede beoordelingen of belangrijk jurycommentaar, vergroot sociaal aspect, men luistert meer of beter naar andere groepen.

AG: Ja, ik denk dat ik het daarmee eens ben, ja.

BP: Meedoen aan wedstrijden heeft de volgende negatieve effecten: Over-benadrukking van het competitieve aspect, teveel tijd gespendeerd aan de wedstrijdstukken, slechte beoordeling of negatief jurycommentaar wat dwarszit, vijandelijkheden tegen andere goede performances van een wedstrijd.

AG: Ik heb dat nooit zo heel extreem meegemaakt.

BP: Eigenlijk oneens dan?

AG: Het zijn, wat zei je het laatste nou? De vijandelijkheden?
BP: Ja, tegen de andere competitors, performers.

AG: Kan je hem nog eens een keer opnoemen?

 

BP: Eén, teveel tijd gespendeerd aan wedstrijdstukken.

AG: Ja.
BP: Over-benadrukking van het competitieve aspect, het willen winnen. Slechte beoordeling of dus negativiteit van een jurycommentaar en vijandelijkheid tegen andere goede performance.

AG: Dat zijn eigenlijk verschillende dingen.

BP: Ja. Het is een collectief statement, opsomming. Komt ook uit de studie hoor, deze vragen.
AG: Nou, ik neig naar niet helemaal mee eens, ja.

BP: Duidelijk, heel goed. De afsluiting: Ik zou graag je advies willen horen voor onze studenten of sowieso alle studenten die luisteren die niet weten of ze wel of niet mee moeten doen aan een wedstrijd. Dus studenten die daar in dubio zitten, heb je daar een advies voor?

AG: Een voorbeeld: Ik zit dus nu in die Muzikale Komedie met allemaal acteurs, of actrices en één acteur. Ze kunnen allemaal heel goed zingen, ze hebben goed onderwijs op de Kleinkunstacademie gehad en kunnen ook allemaal lezen. En we doen hele ingewikkelde koorliedjes. Dus Purple Rain maar dan als een koor. En het is een losgeslagen rock ’n roll koor. Maar er is ook een programma dat heet It Takes Two, dat zijn bekende Nederlanders die dan niet perse zanger zijn, die dan met Waylon, Trijntje of Glennis Grace duetten zingen. En ik zit dan toevallig in de jury en wij zoeken natuurlijk weer nieuwe kandidaten daarvoor. Al die acteurs bij mij die allemaal heel goed zijn: “Zou je dat willen doen?” “O nee, dat durf ik niet.”

BP: Echt waar?

AG: “Dat durf ik echt niet. Nu kan ik me verschuilen in mijn rol en dan moet ik opeens iemand zijn die dan denkt dat hij kan zingen.” Dus dat was heel interessant om te zien.

BP: Heel interessant.

AG: Hoeveel geld dat ook eventueel oplevert voor ze en ze het allemaal wel kunnen gebruiken, deden ze dat dus niet. Ja, ik zou gewoon voor jezelf kijken. Is het een wedstrijd, wil ik daarbij horen? Is dit mijn bloedgroep?

BP: Right.

AG: Is dit, wil ik meedoen aan de Popprijs of aan de Grote Prijs van Nederland? Of vind ik eigenlijk The Voice wel spannend? Dus wil ik met grote halen naar het grote publiek, of wil ik met kleine stappen misschien het publiek van de toekomst bereiken? Of wil ik met de beste singer-songwriter in mijn eentje dat publiek bereiken? Je moet kijken, heb ik daar wat te halen? Is er wat voor mij?

Dat zeggen ze ook altijd over die contracten, die contracten zijn zo erg. Nou, het valt allemaal wel mee, want op het moment dat je niet meer meedoet, wordt hij heel vaak ontbonden. De winnaar, als je niet oplet, ja dan ben je wel een tijdje voor minder geld aan het werk, maar wel heel vaak aan het werk. Nou goed, dat. Maar dan denk ik altijd ja, kijk nou… Ze zeggen altijd dat die programma’s die willen, die zuigen je leeg. Maar je moet het andersom draaien, je moet kijken is dit een podium voor mij? Kan ik hier laten zien wat ik wil laten zien?
Voor mij persoonlijk had het als kind, kon ik dat niet.
Ik was een heel blij, grappig kind dat echt heel goed kon zingen, maar het feit dat ik dan mee moest doen aan een wedstrijd, dan verlamde ik helemaal. Dus ik heb dat, voor mij is het niet geschikt.
Dus ik zeg altijd maar: “Kijk maar of het voor jou wat is.”

BP: Een hele strategische insteek. Wat is je advies aan docenten en coaches zoals ikzelf die studenten begeleiden tijdens een wedstrijd? Wat zou je ons mee willen geven?

AG: Alleen maar wat je al doet Blanka. Gewoon wie ben jij in de kern? Dus het talent, wat is jouw unieke…? Nou, als we het even in marketing… What is your unique selling point?

Iedereen heeft iets wat een ander niet heeft, want we zijn nou eenmaal allemaal anders. Waarin kan je dat versterken? Waarom was Lou Reed een geweldige muzikant, terwijl hij eigenlijk niet kan zingen? En ook nog eens chagrijnig.
Maar waarom was hij zo geweldig? Of waarom is Bob Dylan zo geweldig? Hij kan niet zingen die man, hij heeft een verschrikkelijke stem.
Kijk, dus dat zijn allemaal voorbeelden. Waarom is Adele, dat is zo’n fantastische zangeres die toch wel dat hoog en dat laag heeft, maar ook eentje die niet bang is om af en toe eens een toontje net weg te glijden. Die is er helemaal niet bang voor. En zij is gaan, zij zit op de kern wie ze is. Dus kijk gewoon wat heb jij unieks te bieden en ga daarop zitten, ga dat maar etaleren. Dat als jij heel goed een vertellend liedje kan zingen, ga dan niet Sia zingen maar zing een vertellend liedje.

En blijf weg van mooizingerij of kijk eens wat ik kan. Nee gewoon, dit is wat ik jou te bieden heb. Laat een stuk van je ziel zien. Nou, dat is wat jij al doet met mensen, wat gebeurt er met je? Ik zou altijd daarop zitten en als ze al iets hebben ingestudeerd en ze willen iets en ze laten dat zien en het is soms niet helemaal perfect maar er gebeurt wel wat.
Dat moet je ook durven niets te doen met ze.

BP: Er vanaf blijven. Ja, dat is ook een kunst inderdaad.
AG: Er vanaf blijven.
Dat doe ik wel eens. Dan zeg ik: “Ja, ja.”
Ik zeg: “Ja, ik hoor wel dat en dat, maar als je daarop gaat zitten, dan verlies je dat. En ik vind dat eigenlijk… Daarmee kan je jezelf onderscheiden.”
En daarom zijn vaak degenen die niet The Voice of de X Factor winnen, dat zijn vaak de mensen die het wel redden in het vak.

BP: Ja, heel goed. Angela, echt super bedankt dat je in je gigantische drukte hier nog tijd voor hebt vrijgemaakt.

AG: Ik vind dit belangrijk. Dit soort dingen vind ik belangrijk.

BP: Fijn. Ik natuurlijk ook, anders was ik het onderzoek niet begonnen. En ik hoop dat alle luisteraars hier hun voordeel mee kunnen doen en ook ja, net als ik hebben genoten van dit gesprek. Dankjewel.

AG: Dankjewel.